Ik kan ... fietsen!
Ik kan ... fietsen!
Nederlands
2012
Vanaf 3-5 jaar
Polle leert fietsen. Hij beeldt zich in dat hij een cowboy is en zijn fiets een paard. Een stoere cowboy heeft geen hulp van anderen nodig. Maar het fietsen gaat toch lastiger dan Polle dacht. Gelukkig krijgt hij een gouden tip van de fietsenmaker.
Details
Genre
Prentenboeken
Extra onderwerp
Titel
Ik kan ... fietsen!
Auteur
Annemiek Neefjes
Illustrator
Juliette de Wit
Taal
Nederlands
Editie
1
Uitgever
Amsterdam: Leopold, 2012
[28] p. : ill. + medaille
[28] p. : ill. + medaille
ISBN
9789025860127
Besprekingen
Leeswelp
Polle wil kunnen fietsen zonder zijwieltjes, net als zijn ouders en zus Jana, 'die zelfs met haar…
Polle wil kunnen fietsen zonder zijwieltjes, net als zijn ouders en zus Jana, 'die zelfs met haar handen los durft'. Terwijl hij oefent, voelt hij zich een heuse cowboy die op zijn paard over de prairie galoppeert. Alle hulp slaat hij af, maar daar betaalt hij wel een prijs voor. De ene keer knalt hij tegen een lantaarnpaal, de andere keer gaat het mis in de bocht. Fietsenmaker Jazik ziet het gebeuren. Hij laat Polle even op adem komen bij een glas limonade en verklapt hem meteen het geheim om zonder vallen een bocht te nemen. Vanaf dan is Polle een volleerd fietser. Hoewel, remmen durft hij nog te vergeten.
'Dit is cowboy Polle en dat is zijn paard', luidt de eerste, weinig enthousiasmerende regel van Ik kan... fietsen! Gelukkig blijft de alwetende verteller in de rest van het verhaal meestal achterwege en kruipt Annemiek Neefjes in het hoofd van Polle. Toch blijft ze aan de oppervlakte. Zo kom je niet te weten waarom Polle geen hulp wil of hoeveel pijn al dat vallen doet. De fantasie over de cowboy en het paard past bij een kleuter, alleen is het jammer dat Neefjes de echte fietstermen en deze fantasie voortdurend door elkaar gebruikt ('Een paard met zijwieltjes' en 'Polle knijpt in het stuur, hij rukt aan de teugels'). Hierdoor wordt de lezer heen en weer geslingerd tussen de werkelijkheid en Polles fantasie. Als Neefjes de metafoor consequent had doorgetrokken, zou de fantasie veel meer tot leven zijn gekomen. De luchtige illustraties van Juliette de Wit in pen en aquarel, met een fietsende kleuter die als cowboy weerspiegeld wordt in de plassen en ramen en de schaduw heeft van een paard, maken voldoende duidelijk dat de cowboy alleen in Polles fantasie bestaat.
Regelmatig lopen zinnen krom ('en dat is de dikke schuld van mama. Brult Polle.'). Ook komen de dialogen soms gekunsteld over, bijvoorbeeld: '"Ik leer je fietsen, dat is mijn papataak," zegt papa'.
Met Jazik brengt Neefjes een allochtoon personage in het verhaal. Helaas doet ze dit erg clichématig door hem gebroken Nederlands te laten spreken, als 'Die ies fan goud, iek was de allerbeste fietser'. Ook is het nogal ongeloofwaardig dat Jazik een gouden medaille die hij zelf ooit won zomaar aan Polle geeft. Neefjes eindigt dit matige verhaal met een grapje zoals er meer in het boek hadden gemogen: 'Gebruik jij wel de echte rem?’ vraagt mama, terwijl ze naar beneden wijst. Op de tekening piept Polles dikke teen door de neus van zijn schoen.
Beginnende fietsers vinden een diploma vooraan in het boek waarop ze hun naam kunnen invullen en een foto van zichzelf kleven als ze ook zonder zijwieltjes kunnen fietsen. In de cover is een medaille ingewerkt. [Veerle Schaltin]
'Dit is cowboy Polle en dat is zijn paard', luidt de eerste, weinig enthousiasmerende regel van Ik kan... fietsen! Gelukkig blijft de alwetende verteller in de rest van het verhaal meestal achterwege en kruipt Annemiek Neefjes in het hoofd van Polle. Toch blijft ze aan de oppervlakte. Zo kom je niet te weten waarom Polle geen hulp wil of hoeveel pijn al dat vallen doet. De fantasie over de cowboy en het paard past bij een kleuter, alleen is het jammer dat Neefjes de echte fietstermen en deze fantasie voortdurend door elkaar gebruikt ('Een paard met zijwieltjes' en 'Polle knijpt in het stuur, hij rukt aan de teugels'). Hierdoor wordt de lezer heen en weer geslingerd tussen de werkelijkheid en Polles fantasie. Als Neefjes de metafoor consequent had doorgetrokken, zou de fantasie veel meer tot leven zijn gekomen. De luchtige illustraties van Juliette de Wit in pen en aquarel, met een fietsende kleuter die als cowboy weerspiegeld wordt in de plassen en ramen en de schaduw heeft van een paard, maken voldoende duidelijk dat de cowboy alleen in Polles fantasie bestaat.
Regelmatig lopen zinnen krom ('en dat is de dikke schuld van mama. Brult Polle.'). Ook komen de dialogen soms gekunsteld over, bijvoorbeeld: '"Ik leer je fietsen, dat is mijn papataak," zegt papa'.
Met Jazik brengt Neefjes een allochtoon personage in het verhaal. Helaas doet ze dit erg clichématig door hem gebroken Nederlands te laten spreken, als 'Die ies fan goud, iek was de allerbeste fietser'. Ook is het nogal ongeloofwaardig dat Jazik een gouden medaille die hij zelf ooit won zomaar aan Polle geeft. Neefjes eindigt dit matige verhaal met een grapje zoals er meer in het boek hadden gemogen: 'Gebruik jij wel de echte rem?’ vraagt mama, terwijl ze naar beneden wijst. Op de tekening piept Polles dikke teen door de neus van zijn schoen.
Beginnende fietsers vinden een diploma vooraan in het boek waarop ze hun naam kunnen invullen en een foto van zichzelf kleven als ze ook zonder zijwieltjes kunnen fietsen. In de cover is een medaille ingewerkt. [Veerle Schaltin]
NBD Biblion
Nelleke Hulscher-Meihuizen
Kleuter Polle beschouwt zijn fiets, maar dan wel zonder zijwieltjes, als een paard en zichzelf als…
Kleuter Polle beschouwt zijn fiets, maar dan wel zonder zijwieltjes, als een paard en zichzelf als een cowboy. Zijn ouders en grote zus bieden hun hulp aan, maar Polle wil helemaal zelfstandig leren fietsen. Dat lukt niet zo goed, totdat de met een gek accent pratende buitenlandse fietsenmaker Jazik hem een geheim verklapt. Zo wordt Polle fietskampioen, met de mooie medaille van Jazik om zijn nek. Dit grote rechthoekige prentenboek geeft een originele variant op het leren fietsen, waarin leeftijdsgenoten zich zullen herkennen. De actie spat van de vrolijk gekleurde illustraties af, die soms vanuit vogelperspectief, soms uit kikkerperspectief zijn getekend. De platen tonen veel grappige details, zoals de schaduw van Polle op zijn fiets die eruit ziet als een cowboy op z’n paard. De vrij uitgebreide, maar vlot leesbare, humoristische tekst staat boven of onder de prenten of in lege vlakken erin, volgt de fietsperikelen, maakt gebruik van herhaling en laat zich prettig voorlezen. Aan de voorzijde zit in het omslag een uitneembare medaille* en op het voorste schutblad kan een fietsdiploma worden ingevuld. Een absolute aanrader, zeker voor kleuters die willen leren fietsen. Vanaf ca. 4 jaar.
Pluizer
Ik kan ... fietsen!
Magali Haesendonck - 22 januari 2015
Polle wil leren fietsen, maar dan liefst echt, zonder zijwieltjes. Hij speelt cowboy. Zijn fiets is…
Polle wil leren fietsen, maar dan liefst echt, zonder zijwieltjes. Hij speelt cowboy. Zijn fiets is een paard en hij is de ruiter, de straat is de prairie. Hij wil net als iedereen in zijn familie kunnen fietsen, zoals zijn papa, zijn mama en zijn zus Jana. Maar Polle is niet altijd even voorzichtig en al gauw smakt hij op zijn knie. Op de prairie zijn er namelijk vele vijanden: vuilniszakken en lantaarnpalen en fietsen en bankjes, …
Van zijn zus krijgt hij de tip om te blijven trappen en dat lijkt hem te lukken tot hij alweer een smak maakt. Hij had de lantaarnpaal niet gezien.
Dan besluit papa om hem te helpen, maar ook dat loopt verkeerd. Tot fietsenmaker Jazik hem een ultieme tip geeft.
De tekst is speels en blijft interessant, ondanks de grote hoeveelheid. De illustraties zijn helaas weinig origineel of boeiend. De parallel tussen cowboy en fietser die in de tekst gemaakt wordt, had bijvoorbeeld wel beter uitgewerkt kunnen worden in de prenten. Op één meer origineel idee na, waar Polle in een plas weerspiegeld wordt als cowboy.
Er zijn niet zoveel boeken over leren fietsen, dus dit boek is zeker welkom in de boekenkast van elke vijf-, zesjarige. Het bijgevoegde fietsdiploma en de medaille zijn een leuk extraatje.
Van zijn zus krijgt hij de tip om te blijven trappen en dat lijkt hem te lukken tot hij alweer een smak maakt. Hij had de lantaarnpaal niet gezien.
Dan besluit papa om hem te helpen, maar ook dat loopt verkeerd. Tot fietsenmaker Jazik hem een ultieme tip geeft.
De tekst is speels en blijft interessant, ondanks de grote hoeveelheid. De illustraties zijn helaas weinig origineel of boeiend. De parallel tussen cowboy en fietser die in de tekst gemaakt wordt, had bijvoorbeeld wel beter uitgewerkt kunnen worden in de prenten. Op één meer origineel idee na, waar Polle in een plas weerspiegeld wordt als cowboy.
Er zijn niet zoveel boeken over leren fietsen, dus dit boek is zeker welkom in de boekenkast van elke vijf-, zesjarige. Het bijgevoegde fietsdiploma en de medaille zijn een leuk extraatje.